Mobile nav

Publicatie

Home >> Publicaties >> Publicatie
Pijlman MSc, J., G. Monteny, J. de Wit. 2018. Strooiselstalsystemen: ammoniak en andere emissies, dierwelzijn en mestkwaliteit. Rapport 2018-027 LbD. Louis Bolk Instituut, Bunnik. 57 p.

Aantal pagina's: 57

Soort document: Rapport

Download full text pdf, 1,1 MB; opent in nieuw venster

Meer over auteurs/freelancers verbonden aan het LBI :
Jeroen Pijlman;
Ir. Jan de Wit


Taal van het document: Nederlands

Titel in Nederlands: Strooiselstalsystemen: ammoniak en andere emissies, dierwelzijn en mestkwaliteit

Abstract / samenvatting in Nederlands:

De huidige ‘potstallen’ zijn strooiselstallen met een zeer diverse uitvoering (diepte van pot, hoeveelheid stro-gebruik, etc.). Het voorkomen van strooiselstallen en hun variaties in de praktijk is slechts bij zeer grove benadering bekend. Ze komen met name voor bij bedrijven met melkgeiten, zoogkoeien, in mindere mate bij vleesstieren, en sporadisch bij zeugen. Bij melkvee betreft het waarschijnlijk slechts enkele tot hooguit tientallen bedrijven waarvan een aanzienlijk deel van de stal is uitgevoerd met een pot; vaker voorkomend is een strooiselgedeelte voor een deel van de dieren (bijvoorbeeld melkvee in transitie en of hoogproductieve dieren). Met uitzondering van geitenstallen en zoogkoeienstallen, zijn ‘potstallen’ veelal gemengde stalsystemen waarvan een aanzienlijk deel van de vloer (30% tot >50%) is uitgevoerd als roostervloer of dichte vloer met geen/weinig strooisel.

In het algemeen:

  • scoren strooiselstallen positief op dierwelzijn,
  • faciliteren strooiselstallen koolstof-vastlegging in de bodem (klimaatmitigatie), verhoging van het watervasthoudend vermogen en drainage (klimaatadaptatie en stabielere productie-omstandigheden) en een rijker bodemleven.

De beperkt beschikbare metingen aan gasvormige emissies van strooiselstallen zijn moeilijk te interpreteren. Desondanks kan in algemene zin geconcludeerd worden dat:

  • de ammoniakemissie van huidige strooiselstalsystemen sterk variabel is maar grofweg niet lager is dan de emissie van overige stalsystemen, waarschijnlijk met uitzondering van
    zeugenstallen die een lagere ammoniakemissie hebben.
  • de emissies vanuit het niet-strooiseldeel vaak (zeer) belangrijk zijn voor de totale stalemissie van ammoniak.
  • strooiselstallen een (extra) bron voor de emissie van broeikasgassen zijn. Met name methaanemissies uit diepere potten met rundvee waarin anaerobe omstandigheden
    optreden, kunnen sterk verhoogd zijn.
  • de weinige metingen aan geur en fijnstof laten geen duidelijk verlaagde of verhoogde emissie zien bij strooiselstallen.

De effecten van maatregelen in strooiselstallen zijn gescoord op hun effecten op ammoniak-emissie (tabel 2), op overige emissies, dierwelzijn en mestkwaliteit (tabel 3) en toepasbaarheid, kosten en borging (tabel 4).

Het effect van maatregelen in het strooiseldeel is onzeker. De hypothese is dat de emissie uit het strooiselgedeelte van stallen, mits goed gemanaged, laag kan zijn indien het vormen van natte, semi-anaerobe gedeeltes wordt beperkt en het emissie-remmend pakket van droog, schoon stro bovenop dit vochtige stro op peil blijft. De vermindering van semianaerobe gedeelten in de stromest zal de methaan-emissie ook verminderen; voor lachgas is de situatie complex en minder eenduidig.

Belangrijkste potentiële ammoniak-reductiemaatregelen zijn:

  • aangepaste vloeren in het niet-strooiseldeel (nauwelijks van toepassing voor geiten)
  • verlaging van het eiwitgehalte in het rantsoen (minder toepasbaar bij zeugen).
     

Daarnaast:

  • scoren maatregelen bij de opslag van de stromest buiten de stal (afdekken) en het emissiearm aanwenden van stromest hoog, indien niet alleen de stal-emissie maar de totale bedrijfsemissie in ogenschouw wordt genomen. Management van de stromestopslag gericht op lage emissies van zowel ammoniak, methaan als lachgas lijkt complex maar mogelijk.
  • is dakisolatie, en mogelijk aanvullende klimatisering, een potentierijke maatregel indien
    de stal ook zomers gebruikt wordt.
  • is het maximaliseren van weidegang een potentierijke maatregel voor rundvee.

Het is aan te bevelen om de effecten van de maatregelen voor het strooiseldeel
nauwkeuriger in kaart te brengen met metingen. Vanwege de grote variatie (ook in de tijd)
zijn herhaalde, langere meetreeksen aan ‘case-controle experimenten’ hierbij belangrijk.


Trefwoorden in Nederlands: Potstallen, stro, ammoniak, broeikasgas emissies, mestkwaliteit, dierwelzijn
 

Tweede taal van het document: Engels
Status Engels: Document bevat samenvatting

Title in English: Litter housing systems: ammonia and other emissions, animal welfare and manure quality

Abstract / summary in English:

This report is a result of a literature research, combined with expert judgement, focussing on the ammonia emissions from current livestock housing systems using (deep) litter and possibilities to reduce the gaseous emissions form these housing systems.

Current litter housing systems in the Netherlands are highly diverse in design. Their prevalence is only roughly known. They are particularly common in dairy goat production, with suckler cows, to a lesser extent with beef production (finishing bulls), and sporadically with sows. In dairy cattle production there are probably only a few farms with main part of the barn being designed as (deep) litter sheds. With the exception of dairy goats and suckler cows, (deep) litter stables are often mixed housing systems, with a considerable part of the floor (30% to> 50%) being designed as a slatted floor or solid floor with no / little litter.

In general litter stables score positive on animal welfare and facilitate carbon sequestration in the soil (climate mitigation), increase of water retaining capacity and drainage (climate adaptation and more stable production conditions) and a richer soil life.

The limited available measurements of gaseous emissions from litter sheds are difficult to interpret. Nevertheless, it can be concluded that:

  • the ammonia emissions of current litter systems are highly variable but roughly not lower than the emissions of other housing systems, with the exception of sows that may have lower ammonia emissions.
  • the ammonia emissions from the non-litter housing part constitute often a major part of the total emission from livestock housing.
  • litter sheds are an (extra) source for the emission of greenhouse gases. In particular methane emissions from deep litter sheds with cattle, in which anaerobic conditions occur, can be greatly increased.
  • the few measurements on odour and fine dust (PM10) do not show a clearly reduced or increased emission from litter sheds.

The effects of possible measures in litter sheds were scored on their effects on ammonia emissions (table 2), on other emissions, animal welfare and manure quality (table 3) and applicability, costs and assurance (table 4).

The effect of measures in the litter part of the housing system is uncertain. The hypothesis is that the emission from the litter part of stables can be low if the formation of wet, semi-anaerobic parts is limited and the emission-inhibiting package of dry, clean straw on top of this moist straw is maintained. The reduction of semi-anaerobic parts will also reduce methane emissions; for nitrous oxide, the situation is complex and less clear-cut.

The most important potential ammonia reduction measures are:

  • adapted floors in the non-litter part (hardly applicable for goats),
  • reduction of the protein content in the ration (less applicable to sows).

Also:

  • measures directed to the storage heaps (covering) and low-emission application techniques are important, if not only the emission from housing systems but total farm emissions are taken into account. Management of litter storage, aimed at low emissions of ammonia, methane and nitrous oxide, seems complex but possible.
  • roof insulation, and possibly additional air conditioning, is an important measure if the barn is also used during the summer.
  • maximizing outdoor grazing is a highly relevant measure for cattle.

It is recommended to assess the effects of the measures in the litter part of the stables more accurately with measurements. Due to the large variation (also in time), repeated, longer series of measurements on 'case-control experiments' are important here.


Keywords in English: Livestock housing systems, deep litter, ammonia, greenhouse gases, manure quality, animal welfare
Strooiselstalsystemen: ammoniak en andere emissies, dierwelzijn en mestkwaliteit