Mobile nav

Publicatie

Home >> Publicaties >> Publicatie
Bestman, M.W.P., D.W. van Liere. 2011. Weren van roofvogels uit de kippenuitloop. Rapport 2011-004 LbD. Louis Bolk Instituut, Driebergen. 33 p.

Aantal pagina's: 33

Soort document: Rapport

Download full text pdf, 0,79 MB; opent in nieuw venster

Meer over auteurs/freelancers verbonden aan het LBI :
Ir. Monique W.P. Bestman


Taal van het document: Nederlands

Titel in Nederlands: Weren van roofvogels uit de kippenuitloop

Abstract / samenvatting in Nederlands:

Van de Nederlandse legpluimveebedrijven met een uitloop heeft 41% uitval door roofdieren: 13% door vossen, 15% roofvogels en 13% beide. Pluimveehouders kunnen hun kippen tegen vossen beschermen middels een omheining met schrikdraad en door te voorkomen dat 's nachts kippen buiten blijven. Roofvogels echter, zijn niet middels een omheining buiten te sluiten en ze zijn jaarrond dagactief. Lokaal kan de uitval door roofvogels oplopen tot honderden dieren per jaar. Het merendeel van de in de literatuur beschreven afweermethoden is om uiteenlopende redenen ongeschikt. Na overleg met diverse deskundigen en belanghebbenden is besloten de volgende twee methoden uit te testen: (1) het inspuiten van karkassen met een misselijkmakende stof en (2) het onder stroom zetten van karkassen. De methode met de misselijkmakende stof is gebaseerd op het principe "conditioned taste aversion". Prooidieren worden behandeld met een misselijkmakende stof (lithiumchloride), waardoor de roofvogel deze prooidieren gaat associëren met dit negatieve effect en er in de toekomst van af blijft. De karkassen die onder stroom staan, hebben als doel dat roofvogels bij aanraken ervan een schok krijgen en er in de toekomst van af blijven. Beide methoden werken alleen als roofvogels niet alleen van de karkassen af blijven, maar ook van levende kippen. De methoden zijn gericht op het bewerkstelligen van "coëxistentie" tussen pluimveehouders en roofvogels. In de ideale situatie doden de lokale roofvogels geen kippen meer op de pluimveebedrijven, voeren hier hun jongen niet mee en verjagen ze bovendien soortgenoten die potentieel nog wel kippen zouden kunnen doden. Het onderzoek is gedaan op vijf pluimveebedrijven. De elektrische methode ging bij twee bedrijven niet gepaard met een wijziging in het aantal door roofvogels gedode kippen en bij één bedrijf ging het gepaard met een toename van de predatie door roofvogels. De roofvogels bleven eten van de kadavers die onder stroom stonden. De methode met de misselijk makende stof ging bij één bedrijf gepaard met een toename van de predatie door roofvogels en bij twee bedrijven met een afname van de predatie. Er is op basis van het geobserveerde gedrag, de consumptie van het kadavervlees en de uitval van kippen als gevolg van doding door roofvogels geen aanleiding om aan te nemen dat het toepassen van elektriciteit op een kadaver leidt tot een leereffect bij buizerds of haviken. De methode met de misselijk makende stof daarentegen lijkt wel van waarde omdat bij twee van de drie betrokken bedrijven de doding van kippen in de uitloop in de testfase minder bleek dan voor de behandelfase. Bovendien waren in een vorige proef al vergelijkbare bevindingen gedaan bij een pluimveebedrijf. Een grotere steekproef is nodig om de methode te toetsen, met name in het geval dat het predatieprobleem nog maar jong is. Andere redenen waardoor het nog niet mogelijk is om de methode met een misselijk makende stof toe te passen in de praktijk, zijn dat 1) lithiumchloride niet voor gebruik tegen roofdieren is geregistreerd en dus niet als zodanig mag worden toegepast en dat 2) het niet toegestaan is om kippen tijdelijk binnen te houden, wat wel noodzakelijk is bij een dergelijke behandeling. Mocht een dergelijke methode wel toepasbaar worden in de praktijk, dan mag dit naar onze mening alleen gebeuren door personen die hiertoe bevoegd zijn. Dit om te voorkomen dat er op ondeskundige wijze omgesprongen wordt met het aanbod van misselijkmakende kadavers aan beschermde roofvogels. Gezien de soms complexe situaties zal maatwerk steeds vereist zijn.


Trefwoorden in Nederlands: roofvogels, kippen, uitloop
 

Tweede taal van het document: Engels
Status Engels: Document bevat samenvatting

Title in English: Predation in free range poultry

Abstract / summary in English:

Among the Dutch farms with free range laying hens, 41% has mortality caused by predator animals: 13% foxes, 15% birds of prey and 13% both. Poultry farmers can protect their animals against foxes with an electric fence and by preventing that chickens stay outside overnight. However, birds of prey cannot be excluded from the free range area with an electric fence and they are day active year round. Locally, the mortality among free range chickens can reach several hundreds of animals per farm per year. Most of the published methods against birds (of prey) cannot be applied because of several reasons. After discussion with several experts and stakeholders, it was decided to test the next two methods: (1) inject carcasses with a sick making substance and (2) put carcasses under electric power. The method with the sick making substance is based on the principle of 'conditioned taste aversion'. Prey animals are treated with a substance, in our case lithium chloride, because of which the bird of prey will associate these preys with being sick and stays away from these prey animals in the future. The aim with the 'electric' carcasses is that birds of prey receive a shock when touching the prey. Both methods only work if the birds of prey stay away not only from the experimental carcasses, but also from live chickens. Both methods are meant to realise a kind of 'coexistence' between birds of prey and poultry farms. In the ideal situation local birds of prey don't kill chickens anymore, they don't learn their youngs to eat chickens and they chase away other animals of the same species that potentially would want to kill chickens. The study was done on five poultry farms in the Netherlands. The electric method on two farms was not associated with a change in the number of chickens killed by birds of prey and on one farm it was associated with an increase in the number of chickens killed by birds of prey. Birds of prey kept on eating from 'electric' carcasses. The method with the sick making substance on one farm was associated with an increase of predation and on two farms with a decrease of predation. Based on the observed behaviour, the consumption of the experimental carcasses and the mortality among chickens caused by birds of prey, there is no reason to think that electricity can cause a learning effect in buzzards and hawks. However, the method with the sick making substance seems to have sense, because on two out of three farms the killing of chickens in the free range area decreased after the treatment. Moreover, in previous study similar results were found on another free range poultry farm. However, a larger experiment is necessary to test the method, which is especially hopeful in case of the problem has just started. Other reasons because of which it is not possible yet to apply the method with the sick making substance in practice, are that 1) lithium chloride nor other substances are registrated for use against predators and may not be used as such and that 2) it is not allowed to keep free range chickens temporarily inside the stable, which is necessary during such treatments. If such a method might become available for the practice, then we think it should be used only by persons that are allowed to do so. This in order to prevent misuse of these kinds of substance against the protected birds of prey and because at every farm a 'tailor made' plan will be necessary.


Keywords in English: birds of prey, free range poultry, organic poutry, free range area
Weren van roofvogels uit de kippenuitloop