Mobile nav

Publicatie

Home >> Publicaties >> Publicatie
Govaerts, W., G. Iepema, N.J.M. van Eekeren. 2008. De kosten van opfok van een nieuwe, ziektevrije veestapel. Rapport Biogeit 11. Louis Bolk Instituut, Driebergen. 24 p.

Aantal pagina's: 24

Soort document: Rapport

Download full text pdf, 430 kB; opent in nieuw venster

Meer over auteurs/freelancers verbonden aan het LBI :
Dr. Ir. Nick J.M. van Eekeren


Taal van het document: Nederlands

Titel in Nederlands: De kosten van opfok van een nieuwe, ziektevrije veestapel

Abstract / samenvatting in Nederlands:

De productiviteit van de veestapel heeft een grote invloed op de kostprijs per liter melk. De gezondheidsstatus van die veestapel is naast genetica een belangrijke factor bij de productiviteit. Drie biologische melkgeitenbedrijven besloten in 2005 en 2006 hun zieke veestapel volledig te vervangen door een nieuw op te fokken kudde. De kosten van deze wissel van veestapel zijn in dit rapport in beeld gebracht.
Voordat de oude veestapel geruimd werd, was de productie op de drie bedrijven ondermaats en de uitval hoog; gemiddeld was 82% van de standplaatsen bezet. De oorzaak hiervan was een besmetting met de ziekte Caprine Artritis Encephalitis (CAE) met daarnaast op één bedrijf ook nog een besmetting met Paratuberculose.
Na de wissel was de productie op de drie bedrijven gemiddeld 825 liter per geit per jaar. Dit is 24% meer dan de gemiddelde productie van de oude veestapel. Verwacht wordt dat de productie in 2010 33% boven het oude niveau van voor de veestapelwissel zal liggen. Door deze productieverhoging steeg de marge op de drie bedrijven gemiddeld met € 6,65 per 100 liter melk (7% vet en eiwit).
De kosten van de wisseling van veestapel bedroegen gemiddeld € 267 per geit. Deze kosten bestonden grofweg uit de kosten van opfok van een nieuwe veestapel en de vaste kosten van de bedrijfsvoering in de periode dat er geen of minder melk geleverd kon worden ten gevolge van het vervangen van de veestapel. Gemiddeld werden deze kosten in drie jaar en 8 maanden terugverdiend. Na vijf jaar levert dit naar verwachting een extra saldo op van € 123
per geitenplaats. Het afvoeren van de oude veestapel en deze in zijn geheel vervangen door een nieuwe ziektevrije veestapel levert dus op alle drie de bedrijven al snel een hoger saldo op. Ook het arbeidsplezier was na afloop gestegen. De investering in kapitaal en tijd moet echter niet onderschat worden.


Punten waar je als veehouder op moet letten als je besluit met een nieuwe veestapel verder te gaan:
• Let bij de aanschaf van de lammeren op de ontwikkeling van de marktprijzen. Het kan voordeel opleveren wanneer de lammeren worden aangeschaft op het moment dat er een dipje in de markt zit.
• Wil je echt snel terug verdienen lijkt het aangewezen om minstens 110-118% van de standplaatsen als jonge dieren op te zetten. Eventueel overschot kan ook verkocht worden. Snel duurmelken van een middengroep, drachtige geiten verkopen van een tegenvallende groep en vrij intensief lammeren met de topgroep produceren zal de verdere bedrijfsontwikkeling ten goede komen.
• Geen fouten maken bij de jongvee opfok. Gedurende een periode heb je als geitenhouder als het ware twee banen. Aan de ene kant moet je de oude geiten twee maal daags melken en verzorgen. Aan de andere kant moet je de opfok in goede banen leiden. Vaak in een gehuurde stal, waarbij de condities misschien suboptimaal zijn. Dit kan nadelig uitpakken voor de productie in de toekomst. Het uitbesteden van de opfok kan een uitkomst
zijn, maar houd ook dan goed de vinger aan de pols! Maak daarom ook vooraf bewust een keuze hoe lang de oude veestapel wordt door gemolken.